De hoedanigheid van aanbestedende overheid van Opdrachtencentrale
Opdrachtencentrale bestaat voor en door haar leden, namelijk publieke aanbestedende overheden (gemeenten, OCMW’s, enz.). Haar rol bestaat erin raamovereenkomsten ter beschikking te stellen, zodat haar leden bestellingen kunnen plaatsen zonder zelf een eigen overheidsopdrachtprocedure te moeten organiseren. Deze vrijstelling, voorzien in artikel 47, §2 van de wet van 17 juni 2016, geldt echter enkel indien de aankoopcentrale zelf een aanbestedende overheid is. Precies die kwalificatie heeft lange tijd aanleiding gegeven tot discussie.
Het wettelijk kader
Om te worden erkend als aanbestedende overheid in de zin van artikel 2, 1°, c) van de wet van 17 juni 2016, moet een rechtspersoon aan drie cumulatieve voorwaarden voldoen:
- Een doelstelling van algemeen belang nastreven van niet-commerciële of niet-industriële aard
- Rechtspersoonlijkheid bezitten
- Onderworpen zijn aan controle of toezicht door andere aanbestedende overheden
Een jarenlang open debat
Vóór de recente uitspraken was de kwestie niet definitief beslecht. Op internet circuleerden juridische analyses en een Brussels ministerieel besluit waarin twijfels werden geuit, zonder echter uitdrukkelijk een standpunt in te nemen. Daartegenover stonden het advocatenkantoor De Bandt en de toezichthoudende overheid in het Waalse Gewest, die zich positief hadden uitgesproken. Het document benadrukt evenwel dat deze eerdere standpunten inmiddels achterhaald zijn, onder meer omdat sommige gebaseerd waren op een vroegere versie van de statuten van de vzw.
Het arrest van de Raad van State van 26 maart 2026 (arrest nr. 266.210)
Dit is de belangrijkste uitspraak. De Raad van State heeft de kwalificatie van de vzw grondig onderzocht en zich uitgesproken over elk van de wettelijke criteria.
De Raad oordeelt dat het maatschappelijk doel van de vzw — namelijk aanbestedende overheden ondersteunen bij de toepassing van de wetgeving inzake overheidsopdrachten en raamovereenkomsten ter beschikking stellen — prima facie een behoefte van algemeen belang vormt. Twee elementen versterken die conclusie: enerzijds is de vzw een vereniging zonder winstoogmerk die, overeenkomstig artikel 3 van haar statuten, al haar inkomsten aanwendt voor haar niet-winstgevend maatschappelijk doel; anderzijds opereert zij niet in een concurrentiële markt. Volgens de Raad volstaan deze twee elementen om prima facie het niet-commerciële karakter van haar activiteiten vast te stellen.
De Raad stelt vast dat de statuten van de vzw sinds hun wijziging in september 2024 (en des te meer sinds juli 2025) waarborgen dat de meerderheid van de bestuurders wordt aangeduid door de aangesloten aanbestedende overheden. Het criterium van controle en toezicht is dus vervuld.
Conclusie van de Raad van State is dat Opdrachtencentrale is zonder enige twijfel een aanbestedende overheid in de zin van artikel 2, 1°, c) van de wet van 17 juni 2016.
Het auditadvies van de Inspectie van Financiën (15 april 2026)
Dit advies, uitgebracht enkele weken na het arrest van de Raad van State, gaat nog verder. Waar de Raad van State, wegens de procedure van uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaalde feitelijke elementen niet kon verifiëren, heeft de Inspectie van Financiën (via het auditcomité ATEF — Comité d’audit Top Events Flanders) een concrete terreincontrole uitgevoerd met betrekking tot verschillende punten:
- De motivering van de leden: verificatie dat de aanbestedende overheden (stad Leuven, OCMW Rumst, gemeente Meise, stad Charleroi) wel degelijk gemotiveerde beslissingen hadden genomen om toe te treden en gebruik te maken van de raamovereenkomsten.
- De mandaten van de vertegenwoordigers: controle dat de vertegenwoordigers in de algemene vergadering correct waren gemandateerd door hun respectieve aanbestedende overheden, wat bevestigd werd op basis van de oproepingen.
- De ledenlijst: verificatie dat alle aangesloten leden effectief aanbestedende overheden zijn, wat correct bleek te zijn.
Het advies behandelt ook een concreet geval: de vzw EK Limburg 2024, begunstigde van een subsidie, had uitgaven gedaan via een raamovereenkomst van Opdrachtencentrale (betreffende catering). Het ATEF besluit dat deze uitgaven ontvankelijk en subsidiabel zijn, omdat de vzw als potentiële deelnemer was voorzien op het ogenblik van de bestelling, en het maximumbedrag van de raamovereenkomst nog toeliet om er gebruik van te maken — overeenkomstig de rechtspraak van de Raad van State, die geen voorafgaande aansluiting vereist bij de sluiting van de raamovereenkomst.
Algemene conclusie
Op basis van het arrest van de Raad van State en het auditadvies van de Inspectie van Financiën — de twee meest recente en meest gemotiveerde uitspraken tot op heden — staat definitief vast dat Opdrachtencentrale een aanbestedende overheid is in de zin van de wet van 17 juni 2016. Haar raamovereenkomsten zijn rechtsgeldig, en haar leden zijn vrijgesteld van het organiseren van hun eigen overheidsopdrachtprocedures wanneer zij daarvan gebruikmaken.
Ondersteunende documenten:
- Analyse document Opdrachtencentrale (met verscheiden bijlagen)
- Arrest Raad van State
- Analyse advocatenkantoor De Bandt